Statuten

Statuten van Sportvereniging Ouderkerk

Artikel 1. Naam, zetel en rechtsbevoegdheid.

1.      De vereniging is genaamd Sportvereniging Ouderkerk, hierna te noemen: de vereniging.

Zij heeft haar zetel in Ouderkerk aan de Amstel, gemeente Ouder-Amstel.

2.      De vereniging bezit volledige rechtsbevoegdheid.

3.      De vereniging is ingeschreven in het Handelsregister, dat gehouden wordt bij de Kamer van Koophandel voor Amsterdam.

 

Artikel 2. Inrichting.

1.      De vereniging kent afdelingen, als bedoeld in artikel 13.

2.
a.
Organen van de vereniging zijn: het algemeen bestuur, de algemene vergadering, afdelingsbesturen, afdelingsvergaderingen, alsmede personen en commissies die krachtens de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslissingsbevoegdheid is toegekend.

b.
De organen van de vereniging bezitten geen rechtspersoonlijkheid.

Artikel 3. Duur.

1.      De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.      Het boekjaar, tevens verenigingsjaar, loopt van één juli tot en met dertig juni.

3.      De vereniging is ontstaan door een juridische fusie als bedoeld in Titel 7 Boek 2 van het

Burgerlijk Wetboek per eenendertig december tweeduizend twee, van:

–      De vereniging ”Christelijke Sportvereniging Ons Samenspel Doet Overwinnen”, gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel, opgericht op zevenentwintig april negen- tienhonderd negenenveertig;

en

–      De vereniging ”N.E.A.”, gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel, opgericht op drie- entwintig november negentienhonderd negentien.

 

Artikel 4. Doel.

1.      De vereniging heeft ten doel het doen beoefenen en het bevorderen van sport in de meest uitgebreide zin.

2.      De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a.    Voor elke te beoefenen tak van sport een afdeling in te stellen;

b.    Ten behoeve van de onder een afdeling ressorterende leden het lidmaatschap van de betreffende sportbond te verwerven;

c.    Deel te nemen aan door de betreffende sportbond georganiseerde of goedgekeurde wedstrijden en evenementen;

d.    Zelf wedstrijden en evenementen te organiseren;

e.    De gemeenschappelijke belangen van de afdelingen te behartigen;

f.    De benodigde accommodatie tot stand te brengen;

3.      De vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen.

 

Artikel 5. Lidmaatschap.

1.      Leden zijn natuurlijke personen die op hun verzoek als lid tot de vereniging zijn toege- laten.

2.      De vereniging kent leden die:

a.    Niet onder een afdeling ressorteren (algemene leden);

b.    Onder één of meer afdelingen ressorteren (afdelingsleden).

3.      Op het verzoek tot toelating tot het lidmaatschap beslist:

a.    Het algemeen bestuur, indien het toelating tot de vereniging van een algemeen lid betreft.

b.    Het betreffende afdelingsbestuur, indien het toelating tot de vereniging van een af- delingslid betreft.

4.      a.    Een afdelingsbestuur beslist tevens over toelating van leden van de vereniging tot zijn afdeling.

b.    Een afdelingsbestuur is bevoegd aan door hem tot de afdeling toe te laten leden specifieke lidmaatschapseisen te stellen, overeenkomstig de voorschriften van de betreffende sportbond.

c.    Afdelingsleden zijn verplicht het lidmaatschap van de betreffende sportbond te verwerven, indien bedoelde sportbond zulks voorschrijft.

5.      Ingeval van niet-toelating kan op verzoek van de betrokkene alsnog tot toelating worden besloten door de eerstvolgend plaatsvindende:

a.    Algemene vergadering, wanneer het de toelating van algemene leden betreft;

b.    Afdelingsvergaderingen van de betreffende afdeling, wanneer het de toelating van afdelingsleden betreft.

6.      a.    Op voorstel van het algemeen bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens bijzondere verdiensten voor de vereniging het predikaat “ere-lid” of “lid van ver- dienste” verlenen.

b.    Op voorstel van een afdelingsbestuur kan een afdelingsvergadering aan de algeme- ne vergadering voorstellen een lid wegens bijzondere verdiensten voor de betref- fende afdeling het predikaat “lid van verdienste” te verlenen.

7.      Het algemeen bestuur houdt een register bij waarin de namen, adressen en geboortedata van de leden zijn opgenomen; een en ander op een door de betreffende sportbond aan te geven wijze.

 

Artikel 6. Verplichtingen.

1.      a.    De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van contributie.

b.    Ere-leden zijn vrijgesteld van de verplichting om contributie te betalen.

2.      Ieder lid is verplicht:

a.    De statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van haar orga- nen na te leven.

b.    De belangen van de vereniging en van haar afdelingen niet te schaden.

c.    Alle overige verplichtingen te aanvaarden en na te komen, welke uit het lidmaat- schap voortvloeien of welke de vereniging in naam van haar leden aangaat.

3.      Een afdelingslid is daarenboven verplicht:

a.    De statuten en reglementen van de betreffende sportbond, de besluiten van zijn or- ganen, alsmede de door deze sportbond van toepassing verklaarde wedstrijd bepa- lingen na te leven.

b.    De reglementen van de betreffende afdeling na te leven.

c.    Alle overige verplichtingen te aanvaarden en na te komen, welke de betreffende af- deling in naam van de vereniging ten behoeve van de onder haar afdeling ressorte- rende leden aangaat.

4.      Door de vereniging respectievelijk een afdeling kunnen in naam van de leden geen ver- plichtingen worden aangegaan dan nadat het algemeen bestuur door de algemene verga- dering respectievelijk het betreffende afdelingsbestuur door de betreffende afdelings- vergadering daartoe vertegenwoordigingsbevoegd is verklaard.

5.      Een lid kan de toepasselijkheid van een besluit waarbij andere verplichtingen dan van geldelijke aard zijn verzwaard, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 4, door opzegging van het lidmaatschap te zijnen opzichte uitsluiten.

 

Artikel 7. Straffen.

1.      In het algemeen zal strafbaar zijn handelen of nalaten in strijd met de in artikel 6 in lid 2 en lid 3 genoemde verplichtingen.

2.      a.    Voorzover deze bevoegdheid niet aan een commissie belast met de tuchtrechtspraak is opgedragen, is het algemeen bestuur bevoegd om, in geval van overtredingen als bedoeld in lid 1, de volgende straffen op te leggen:

1. Berisping;

2. Tuchtrechtelijke boete;

3. Uitsluiting van  deelneming  aan  wedstrijden, hetzij  voor een  bepaalde  duur, hetzij voor een in de straf bepaald aantal wedstrijden;

4. Ontzegging van het recht om één of meer in de straf genoemde functies voor een in de straf genoemde termijn uit te oefenen;

5. Schorsing;

6. Ontzetting uit het lidmaatschap (royement).

b.    Met uitzondering van de ontzetting komt aan een afdelingsbestuur ten opzichte van de onder haar ressorterende leden een overeenkomstige bevoegdheid toe.

3.      De algemene vergadering respectievelijk de betreffende afdelingsvergadering stelt de maxima van de in lid 2 onder a 2 tot en met 5 vermelde straffen vast.

4.      Gedurende de periode dat een lid geschorst is, heeft hij als afgevaardigde respectievelijk als lid geen toegang tot een algemene vergadering respectievelijk een afdelingsvergade- ring en kan hij aldaar niet aan de stemming deelnemen, terwijl hem bovendien geduren- de deze periode ook andere aan het lidmaatschap verbonden rechten kunnen worden ontzegd.

5.      a.    Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging en/of besluiten van zijn organen handelt, danwel de vereniging of een afdeling op onredelijke wijze benadeelt.

b.    Ontzetting kan slechts door het algemeen bestuur worden uitgesproken.

c.    Nadat het algemeen bestuur tot ontzetting heeft besloten, wordt het lid zo spoedig mogelijk door middel van een brief met bericht van ontvangst met opgave van re- denen van het besluit in kennis gesteld.

d.    Van een door de vereniging opgelegde straf kan het lid binnen een maand na ont- vangst van deze kennisgeving in beroep gaan. Gedurende de beroepstermijn en han- gende het beroep is het lid geschorst.

6.      In geval van overtredingen van wedstrijdbepalingen, alsmede de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de betreffende sportbond is het betrokken lid tevens onderworpen aan de bepalingen met betrekking tot de tuchtrechtspraak van die sport- bond.

 

Artikel 8. Geldmiddelen en contributie.

1.      De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
a. Contributies van de leden;
b. Ontvangsten uit wedstrijden en entreegelden;
c. Subsidies, giften en andere inkomsten.
2.
a. De algemene vergadering stelt jaarlijks de contributie van de leden vast.
b. De afdelingsvergaderingen doen jaarlijks aan de algemene vergadering een voorstel tot vaststelling van de contributie van de onder hen ressorterende leden.
c. De leden kunnen in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende contributie betalen.
d. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft niettemin de contributie voor het gehele jaar verschuldigd.
Artikel 9. Einde lidmaatschap.

1.      Het lidmaatschap eindigt:

a.    Door de dood van het lid, in welk geval het lidmaatschap niet vererft;

b.    Door opzegging door het lid;

c.    Door opzegging door de vereniging;

d.    Door ontzetting uit het lidmaatschap, als bedoeld in artikel 7 lid 5.

2.      a.    Opzegging door de vereniging geschiedt, voor wat afdelingsleden betreft eventueel op voordracht van het desbetreffende afdelingsbestuur, door het algemeen bestuur.

b.    Opzegging door de vereniging kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap te voldoen, voor zover deze krach- tens de statuten worden gesteld, of wanneer het lid zijn verplichtingen jegens de vereniging of de betreffende afdeling niet nakomt.

c.    Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts ge- schieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeg- gingstermijn van vier weken. Op deze termijn is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing.

d.    Een opzegging in strijd met het onder c bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

3.      Wanneer echter van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren, kan het lidmaatschap met onmiddellijke ingang worden opgezegd.

4.      Een opzegging als bedoeld in artikel 6 lid 5 dient te geschieden binnen een maand nadat het bedoelde besluit aan het lid is bekend geworden of is medegedeeld.

5.      Wanneer een lid als lid van een sportbond wordt geroyeerd, danwel door een sportbond definitief wordt uitgesloten van het deelnemen aan wedstrijden, of het uitoefenen van functies, zal het betreffende afdelingsbestuur het lid met onmiddellijke ingang opzeg- gen. Het bepaalde in lid 5 is in dat geval van toepassing.

6.      Behalve in geval van ontzetting, of opzegging door het algemeen bestuur eindigt het lidmaatschap van de vereniging niet als het lid uit andere hoofde lid van de vereniging blijft.

7.      Een lid dat heeft opgezegd wordt geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de vereniging of één van haar afdelingen, of zolang enige andere aangelegenheid waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen recht uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de ge- stelde termijn in beroep te gaan.

Artikel 10. Algemeen Bestuur.

1.      Het algemeen bestuur bestaat uit:

a.    Een voorzitter, een secretaris en een penningmeester, die door de algemene verga- dering uit de leden in functie worden benoemd;

b.    Van ieder afdelingsbestuur een door dat bestuur aan te wijzen lid; en

c.    Eén of meer leden, ook te noemen ”commissaris(sen)”, met een door het bestuur nader vast te stellen taak.

2.      a.    Leden van het algemeen bestuur als bedoeld in lid 1 letter a worden kandidaat ge- steld door dit bestuur of door tenminste drie leden.

b.    Ieder lid van het algemeen bestuur als bedoeld in lid 1 letter a wordt benoemd voor een periode van drie jaar en treedt af volgens een door het algemeen bestuur op te maken rooster.

Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar. Wie in een tussentijdse va- cature is benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

c.    Ieder lid van het algemeen bestuur als bedoeld in lid 1 letter b treedt af met ingang van de datum waarop deze zijn functie verliest.

d.    In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk binnen zes weken voorzien.

3.      Het algemeen bestuur stelt in onderling overleg voor elk bestuurslid diens taak vast en wijzigt deze taakverdeling zonodig na iedere wijziging van bestuurssamenstelling. Het doet hiervan, hetzij in het clubblad, hetzij door middel van een schriftelijke kennisge- ving, mededeling aan de afgevaardigden en de afdelingen.

4.      Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk te- genover de vereniging, tenzij hij bewijst dat de tekortkoming niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

5.      a.    De algemene vergadering kan bestuursleden als lid van het algemeen bestuur schor- sen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht, met dien verstande dat voor een daartoe strekkend besluit een meerderheid van drie/vierden van de uitge- brachte stemmen vereist is.

b.    Nadat een onder a bedoeld besluit ten aanzien van een lid van een afdelingsbestuur is genomen, kan de betreffende afdeling – na het ontslag of voor de duur van de schorsing – zich tot aan de eerstvolgende algemene vergadering in het algemeen be- stuur doen vertegenwoordigen door een ander lid van het afdelingsbestuur.

c.    Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ont- slag, eindigt door het verloop van die termijn.

 

Artikel 11. Bestuursbevoegdheid.

1.      Behoudens beperkingen volgens de statuten is het algemeen bestuur belast met het be- sturen van de vereniging.

2.      Indien het aantal leden van het algemeen bestuur beneden het in artikel 10 lid 1 bedoel- de aantal is gedaald, blijft het algemeen bestuur bevoegd.

3.      Het algemeen bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taken te doen uitvoeren door commissies waarvan de leden door het algemeen bestuur worden benoemd en ontslagen.

 

Artikel 12. Besluiten van organen van de vereniging.

1.      Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, vergadert het algemeen bestuur wanneer de voorzitter of twee andere bestuursleden dit verlangen.

2.      Het algemeen bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, indien geen be- stuurslid zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en alle bestuursleden aan deze besluitvorming deelnemen.

3.      a.    Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 2, worden geno- men met meerderheid van uitgebrachte geldige stemmen, mits wat in de vergade- ring genomen besluiten betreft de meerderheid van de in functie zijnde bestuursle- den aanwezig is.

b.    Blanco stemmen zijn ongeldig.

Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter of een bestuurslid anders wenst.

4.      a.    Het door de voorzitter uitgesproken oordeel dat het algemeen bestuur een besluit heeft genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen be- sluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

b.    Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien een bestuurslid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

5.      Van het verhandelde in een vergadering worden notulen gemaakt, die op de eerstvol- gende vergadering van het orgaan dienen te worden goedgekeurd.

6.      a.    Een besluit van een orgaan dat in strijd is met de wet of met de statuten, is nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. Een nietig besluit mist rechtskracht.

b.    Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de statuten voorgeschreven voorafgaande handeling of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een vereiste gesteld, dan geldt dit vereiste ook voor de bekrachtiging.

c.    Bekrachtiging is niet meer mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander is gesteld door het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de wederpar- tij tot wie het was gericht.

7.      a.    Een besluit van een orgaan is, onverminderd het elders in de wet omtrent de moge- lijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar:

1. Wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van het besluit regelen;

2. Wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid;

3. Wegens strijd met een reglement.

b.    Tot de onder a bedoelde bepalingen behoren niet die welke de voorschriften bevat- ten, waarop in lid 6 onder b wordt gedoeld.

8.      De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij een belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd.

9.      Een besluit dat vernietigbaar is op grond van het bepaalde in lid 7 onder a, kan door een daartoe strekkend besluit worden bevestigd.

Voor dit besluit gelden dezelfde vereisten als voor het te bevestigen besluit. Bevestiging is niet mogelijk zodra een vordering tot vernietiging aanhangig is. Indien de vordering wordt toegewezen, geldt het vernietigde besluit als opnieuw genomen door het latere besluit, tenzij uit de strekking van dit besluit het tegendeel voortvloeit.

 

Artikel 13. Afdelingen.

1.
a.
De algemene vergadering stelt per te beoefenen tak van sport een afdeling in, en heft deze, na een daartoe strekkend voorstel van de betreffende afdelingsvergadering, op.

b.
Iedere afdeling wordt geleid door een bestuur (afdelingsbestuur), dat verantwoording verschuldigd is aan de algemene vergadering van die afdeling (afdelingsvergadering).
2.
a.
Een afdelingsbestuur bestaat uit tenminste drie personen. Het aantal bestuursleden wordt nader vastgesteld door de betreffende afdelingsvergadering.

b.
Een afdelingsbestuur wordt gekozen door de afdelingsvergadering uit de onder die afdeling ressorterende leden.

c.
Voor een functie in het afdelingsbestuur kunnen tot uiterlijk drie weken voor de afdelingsvergadering kandidaten worden gesteld door het afdelingsbestuur of door tenminste drie onder de afdeling ressorterende leden.
3.
a.
De afdelingsvergadering bestaat uit alle onder de betreffende afdeling ressorterende leden.

b.
Jaarlijks wordt uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar van de vereniging een algemene afdelingsvergadering gehouden. Deze afdelingsvergadering kan direct voorafgaande aan de algemene vergadering van de vereniging worden gehouden.
4.
a.
De afdelingen regelen de zaken die uitsluitend de eigen afdeling betreffen.

b.
Een afdelingsbestuur is verplicht om met betrekking tot zaken die mede de belangen van de vereniging of van een andere afdeling kunnen raken voorafgaand overleg te plegen met het algemeen bestuur of het betreffende afdelingsbestuur. Komen de betrokken besturen niet tot overeenstemming dan beslist het algemeen bestuur.

c.
Een afdelingsbestuur is verplicht bij zijn handelen te blijven binnen een door de algemene ledenvergadering vastgestelde begroting.
5.      Tenzij anders is bepaald zijn de artikelen 10, 11, 12, 15, 16, 17 en 18 van overeenkomstige toepassing op de afdelingen.

 

Artikel 14. Vertegenwoordiging.

1.      a.    De vereniging wordt voorts in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter tezamen met de secretaris of de penningmeester van het algemeen bestuur, dan wel bij afwezigheid van één van de genoemden tezamen met een ander bestuurslid van het algemeen bestuur.

b.    Krachtens volmacht kan de vereniging voor aangelegenheden de afdeling betref- fende tevens worden vertegenwoordigd door de voorzitter van het afdelingsbestuur tezamen met de secretaris of tezamen met de penningmeester van dat afdelingsbe- stuur.

2.      Het algemeen bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de algemene vergade- ring, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwa- ren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

3.      Personen aan wie krachtens de statuten of op grond van een volmacht vertegenwoordi- gingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen waarbij tot het aangaan van de betreffende rechtshande- ling is besloten.

Overtreding hiervan kan noch door, noch aan de vereniging of de wederpartij worden tegengeworpen.

 

Artikel 15. Rekening en verantwoording.

1.      Het algemeen bestuur is verplicht omtrent de vermogenstoestand van de vereniging zo- danige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

2.      a.    Het algemeen bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar – behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering – een jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toe- lichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over.

b.    De onder a bedoelde stukken worden ondertekend door alle leden van het algemeen bestuur; ontbreekt een handtekening van een bestuurslid, dan wordt hiervan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na afloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuursleden in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nako- men.

3.      a.    De algemene vergadering benoemt een kascommissie, bestaande uit tenminste twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het algemeen bestuur of een afdelingsbe- stuur.

b.    De leden worden benoemd voor de duur van drie jaar en treden volgens een op te maken rooster af. Zij zijn aansluitend slechts éénmaal herbenoembaar.

c.    De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

4.      Het algemeen bestuur is verplicht de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken en de bescheiden van de vereniging te geven.

5.      Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en van de rekening en verantwoording strekt het algemeen bestuur tot décharge voor alle handelingen, voorzo- ver die uit de jaarstukken blijken.

6.      Het algemeen bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel zeven jaar lang te bewaren.

 

Artikel 16. Algemene vergaderingen.

1.      Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

2.      Jaarlijks wordt uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergade- ring gehouden (de jaarvergadering).

Buitengewone algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het algemeen be- stuur of twee afdelingsbesturen dit wenselijk oordelen.

3.      De agenda van de jaarvergadering bevat onder meer:

a.    Vaststelling van de notulen van de vorige algemene vergadering;

b.    Jaarverslag van de secretaris;

c.    Financieel jaarverslag over het afgelopen boekjaar;

d.    Verslag van de kascommissie;

e.    Vaststelling van de balans en van de staat van baten en lasten;

f.    Vaststelling van de contributies;

g.    Vaststelling van de begroting;

h.    Benoeming leden algemeen bestuur;

i.    Benoeming commissieleden; en j.    Rondvraag.

 

4.      Een afdelingsbestuur is tot uiterlijk twee weken voor een algemene vergadering be- voegd om punten aan de agenda toe te voegen.

5.
a.
Het algemeen bestuur is op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen in de algemene vergadering verplicht tot het bijeenroepen van de algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.

b.
Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in het volgende lid.
6.
a.
De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het algemeen bestuur, met inachtneming van een termijn van tenminste veertien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

b.
De bijeenroeping geschiedt door een mededeling in het clubblad of door middel van een aan alle afgevaardigden en afdelingen te zenden schriftelijke kennisgeving met gelijktijdige vermelding van de agenda, of door middel van een advertentie in tenminste één, ter plaatse waar de vereniging gevestigd is, veelgelezen dagblad. Geschiedt de bijeenroeping door middel van een advertentie, dan wordt de agenda voor de leden op een daartoe geschikte plaats ter inzage gelegd.
Artikel 17. Toegang en besluitvorming algemene vergadering.

1.      a.    Ieder lid heeft toegang tot de algemene vergadering.

b.    Leden, die geschorst zijn, hebben geen toegang tot de algemene vergadering, tenzij zij bij de algemene vergadering beroep hebben ingesteld naar aanleiding van een opgelegde straf in welk geval zij bevoegd zijn alleen de behandeling van hun be- roep bij te wonen.

2.      Ieder stemgerechtigd lid heeft één stem. Minderjarige leden worden bij stemmingen uit- sluitend vertegenwoordigd door hun rechtsvertegenwoordiger, dat wil zeggen door de- gene onder wiens gezag zij staan.

3.      Ieder lid, dan wel rechtsvertegenwoordiger van een minderjarig lid, is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk gemachtigd ander lid van achttien jaar en ouder. De gemachtigde kan echter in totaal niet meer dan twee stemmen uitbrengen.

4.      Het stemrecht over besluiten, waarbij de vereniging aan bepaalde personen, anders dan in hun hoedanigheid van lid, rechten toekent of verplichtingen kwijtscheldt, wordt aan die personen en aan hun echtgenoot en bloedverwanten in de rechte lijn ontzegd.

5.      Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het algemeen bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

6.      Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk.

7.      Over alle voorstellen zaken betreffende wordt, voor zover de statuten niet anders bepa- len, beslist bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij het staken van de stem- men wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

8.      Bij stemming over personen is degene benoemd, die de meerderheid van de uitgebrach- te stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het hoogste aantal van de uitgebrachte stemmen hebben verkregen en is hij benoemd, die bij die tweede stemming de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.

9.      Ongeldige stemmen zijn stemmen die blanco uitgebracht of op enigerlei wijze onderte- kend zijn, danwel iets anders aanduiden dan in stemming is gebracht of andere namen bevatten dan die van de personen over wie wordt gestemd.

 

Artikel 18. Het leiden en notuleren van algemene vergaderingen.

1.      De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het algemeen bestuur of door zijn plaatsvervanger. Zijn de voorzitter en zijn plaatsvervanger verhinderd, dan treedt een ander door het algemeen bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergade- ring daarin.

2.      Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door of namens een lid van het algemeen bestuur notulen gemaakt. De notulen worden in het clubblad gepubliceerd of op een andere wijze ter kennis van de leden gebracht en dienen door de eerstvolgende algemene vergadering te worden vastgesteld.

 

Artikel 19. Reglementen.

1.      De organisatie, alsmede de taken en bevoegdheden van zowel de vereniging als van een afdeling kunnen worden geregeld in een Algemeen Reglement, Tuchtreglement of ande- re reglement, met dien verstande dat reglementen van de vereniging door de algemene vergadering en afdelingsreglementen door de betreffende afdelingsvergadering worden vastgesteld en gewijzigd.

2.      Iedere vaststelling of wijziging van een reglement wordt gepubliceerd in het clubblad, onder vermelding van de letterlijke weergave van de tekst van de aangenomen bepa- ling(en).

3.      Een reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht be- vat, noch met de statuten.

 

Artikel 20. Statutenwijziging.

1.      De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene verga- dering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statu- ten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen.

2.      Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.

Bovendien wordt de voorgestelde wijziging tenminste veertien dagen vóór vergadering in het clubblad gepubliceerd en/of een afschrift hiervan aan alle leden toegezonden.

3.      Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing, indien in de alge- mene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statu- tenwijziging met algemene stemmen wordt aangenomen.

4.      Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derden van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien geen twee/derden van de leden aanwezig of vertegenwoor- digd is, wordt binnen vier weken op een andere datum daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergade- ring aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, een besluit kan worden genomen, mits met een meerderheid van tenminste twee/derden van de uitgebrachte stemmen.

5.      a.    Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Van dit tijdstip wordt mededeling gedaan in het clubblad. Ieder lid van het algemeen bestuur afzonderlijk is dan tot het doen verlijden van deze akte bevoegd.

b.    De leden van het algemeen bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten in het Handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel neer te leggen.

 

Artikel 21. Ontbinding en vereffening.

1.      a.    Voor een besluit tot ontbinding van de vereniging is het bepaalde in artikel 20 lid 1 en lid 2 van overeenkomstige toepassing.

b.    De vereniging wordt ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algeme- ne vergadering, genomen met tenminste twee/derden van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste drie/vierden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

2.      Bij de oproeping van de in dit artikel bedoelde vergaderingen moet worden medege- deeld, dat ter vergadering zal worden voorgesteld de vereniging te ontbinden. De ter- mijn voor oproeping tot zodanige vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen.

3.      a.    De leden van het algemeen bestuur treden na het besluit tot ontbinding van de vere- niging op als vereffenaars.

b.    De algemene vergadering is bevoegd na het besluit tot ontbinding de alsdan zitting hebbende leden van het algemeen bestuur te ontslaan met gelijktijdige benoeming van één of meer vereffenaars.

4.      Bij een besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig saldo be- paald, terwijl de algemene vergadering tevens één of meer bewaarders aanwijst.

5.      Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statu- ten en reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen, die van de vereniging uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in li- quidatie”.

6.      De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten door de bewaarder(s) worden bewaard gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening.