sv Ouderkerk VR3 – Swift VR2 2-3 (2-2)

Advertentie
         

Wat een pechdag voor onze meisjes. De eer was aan mij om ze te coachen en dat hebben ze geweten…. Al vrolijk kwekkend stonden ze buiten aan verschillende drankjes te lurken en naast deze bekende geluiden hoorde ik ook nog een ander bekend geluid op de achtergrond. Het was mijn telefoon, Arlette. “Hoi pap, ik zie net dat ik nu moet verzamelen, dat is mij helemaal ontgaan, maar ik ga nu weg, doei tot zo!” “Ontgaan?, op zaterdag?, nou ja!”, schoot er door mij heen, gelukkig woont ze dicht bij en hoefde ik mijn fantastische opstelling niet aan te passen, vooralsnog in ieder geval. Nadat ik mijn telefoon weer had opgeborgen, zag ik vanuit mijn ooghoek Saskia helemaal zenuwachtig heen en weer bewegen. Op mijn vraag of ze soms zenuwachting was voor de wedstrijd kreeg ik als antwoord: “Nee helemaal niet! Maar wordt het niet eens hoogste tijd om te gaan omkleden!!! Welke kleedkamer hebben we eigenlijk” “17”, hoorde ik uit de groep galmen en om Saskia van haar zenuwen af te helpen gingen ze naar de kleedkamer. Terwijl ik ze nakeek hoorde ik vrolijk achter me: “Hoi pap…”. Ik draaide me om, Arlette. “Hoi, nou ze zijn net naar binnen, kleedkamer 17” en dacht: “zo zeg, dat deed ze snel….”. Na verloop van tijd werd ik ontboden om de opstelling door te geven en hoopte dat die niet meteen afgekraakt zou worden. Mijn toespraak was wel, ….apart. Daphne was waarschijnlijk de kleedkamer DJ van de dag. Ze deed het heel professioneel overigens. Iedere keer als ze zag dat ik wilde beginnen met praten ging het geluidvolume van de JBL meteen omlaag en als ik ademhaalde voor de volgende zin galmde meteen de JBL er op los om die pauze op te vullen: “We gonna Movitmovit, we gonna…..”. Dit spelletje werd ruw verstoord door geklop op de deur. En twee tellen later stond Piet daar. “Zeg Gerd, Swift speelt in het wit, zouden jullie niet een ander shirtje aantrekken. Arie begint altijd meteen te z**ken dat hij de teams dan niet goed uit elkaar kan houden. Voordat je problemen krijgt en ze zich nadien toch van shirt moeten wisselen, want Arie is echt een enorme zeur”. “Oh, o ja, nou doe dan maar die roze”, antwoordde ik. “Neeee, niet die roze shirtjes, want daar verliezen we altijd in”, werd er door menig meisje over mij heen geroepen. “Nou ja doe dan maar die rode of gele of die gestreepte”, bracht ik maar uit. Piet kwam even later terug, met andere shirtjes, roze en een brede glimlach…… Voor mij tijd om mij weer even terug te trekken zodat de meisjes van shirtje konden wisselen. Onderwijl liep ik naar de kantine en nam met de anderen daar nog even een drankje. Na enige tijd komt Suus aangelopen, gewoon in ons eigen tenue, geen roze. De andere meisjes zag ik richting veld lopen, ook allemaal in onze eigen shirtje. “Uhhhh, Suus, ik ben even het spoor bijster, zouden we niet in die andere tenues spelen”. “Jawel, maar Arie zag ons de kleedkamer uitkomen en vroeg verbaasd waarom we niet in onze eigen shirtje spelen, die anderen zijn in het wit en dat kan hij makkelijk van onze shirtjes scheiden toen ik zei dat dat ons werd aanbevolen met name voor jou Arie antwoordde hij met de vraag door welke gek dan”, vertelde ze achterelkaar in één zucht door. “Ah, en heb je ook verteld wie die gek was?” “Nee, nee, natuurlijk niet, maar mag ik bij jullie blijven, ik vind het buiten veel te koud om warm te lopen”. “Ja hoor, kom maar gezellig bij ons aan tafel staan, hier is het lekker warm, ik zal wel zeggen dat je nog even wat moest regelen”, antwoordde ik terwijl ik naar de anderen liep om ze inloop aanwijzingen te geven, zoals een goede coach dat behoort te doen, zeggen ze althans. Het was intussen best wel koud geworden buiten en terwijl ik het veld opliep zag ik allemaal jongens aan de zijkant van het veld met ontbloot bovenlijf op een klein doel schieten. De meisjes stonden braaf te wachten op mijn enorm goede aanwijzingen. “Nou kom meisjes even warmlopen en let niet op die toyboys, die zijn als afleiding ingehuurd door de tegenpartij…..”. “Kijk met deze aanwijzing kunnen ze wat”, dacht ik bij mijzelf. De wedstrijd verliep nogal wonderbaarlijk, het leek wel of door velen de bal geen één keer goed werd geraakt. Met name het eerste tegendoelpunt was een drama en een teken aan de wand. In de pauze vroeg ik: “Willen we winnen of willen we verliezen van ons zelf”. Dat eerste wilden ze absoluut, maar dat tweede werd het. Als er iets in de tweede helft lukte dan ging het door toeval. Nou ja, ach, jammer, zo’n dag maak je gewoon een keer mee, die horen er ook bij. We worden er niet minder vrolijk door. Na afloop zei Michelle tegen mij: “Deze wedstrijd moeten we maar snel vergeten…..!” Waarop ik alleen maar kon antwoorden: “Welke wedstrijd…..?”. Meisjes, volgende week gaan we er weer voor, ik heb er nu al zin in.

Memorabel moment. Het gebeurde tijdens de pauze. Voor de wedstrijd vroeg Piet aan mij: “Zal ik weer van die lekkere thee maken? Vorige week hebben ze toch bijna de pot leeg gelikt, zo lekker, las ik……”. “Ja, doe maar”, was mijn antwoord. Na Arie zijn rustfluitje liep ik de kleedkamergang in en zag in de verte onze vijand staan. Ik zal ze even thee geven, dacht ik bij mijzelf, liep naar de receptieruimte en vroeg naar hun thee. Piet had het al gebracht. Op mijn vraag waar onze thee is antwoordde Piet: “Die breng ik ook wel even”. Aan zijn ogen te zien was hij duidelijk op een compliment uit. Met een enorme brede glimlach, zelfs tot ver voorbij beide oren, de theekan in zijn ene hand en het rekje met bekers, lepels en suikertjes in zijn andere hand liep hij de receptieruimte uit en stak over naar kleedkamer 18, voor zijn gehoopte begroeting en met name compliment. Ik keek hem verbaasd na. Hoewel de deur van kleedkamer 18 openstond en het licht uit was, zag ik duidelijk dat hij niet in de gaten had dat daar niemand zat. Hij stapte met nog steeds dezelfde enthousiasme de kleedkamer binnen, stopte abrupt, draaide zich net zo abrupt met opengevallen mond en grote ogen naar mij om en stamelde: “Maar…..” “Piet, ik weet niet wat je van plan bent daar, maar onze meisjes zitten in 17”, zei ik plagend. Met een glimlach die helemaal weg was en een enorme teleurstelling in zijn ogen duwde hij pardoes de kan en bekers in mijn handen en zei: “Nou hoeft het niet meer, breng het nu zelf maar bijdehand”. De tranen liepen over mijn wangen, niet alleen vanwege mijn verbrandde vingers door deze actie, maar nog meer om dat gezicht dat hij trok toen hij zich omdraaide. Dat bleef me achtervolgen richting 17 en bij iedere stap moest ik meer lachen…..

Gerd

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *