De Meer VR4 – sv Ouderkerk VR2 0-3 (0-2)

„Pap, als jij straks naar sv Ouderkerk gaat voor het verzamelen wil je dan even kijken of mijn vest daar nog hangt, blauw met een grijze capuchon. Die ben ik vergeten bij het Persijn“, kreeg ik van Arlette binnen. Ze zou een keer iets niet zijn vergeten. Ik reed in mijn eentje naar svo, de meisjes zouden op de fiets gaan omdat we na afloop nog ergens een hapje gingen doen en dan kon er rustig een wijntje of zo worden gedronken. Terwijl ik kwam aangereden zag ik ze al staan, bij de ingang met hun fietsen, volop te genieten van het zonnetje. Ik parkeerde mijn auto en liep naar ze toe. Gelukkig stond Sabine erbij, dan kon ik meteen even vragen of zij dat vest van Arlette kent. Ik liet haar het appje lezen en nadat ze het had gelezen zei ze: „Lekkere troela, dat is toevallig wel mijn vest dat ze is vergeten, lekker is dat. Ik haal hem wel even“. „Ik ga mee die kant op, Piet even gedag zeggen, als hij er is tenminste“, zei ik. En ja hoor Piet was er. „Zeg Piet, hebben we hier nog ergens gevonden voorwerpen liggen van het Persijn? Ik mis een vest“, vroeg ik hem. Hoofdschuddend antwoordde hij: „Nou die hele kapstok hangt vol met kledingstukken, het lijkt wel of iedereen zijn jas of zo is vergeten…..“
En inderdaad de hele beneden en boven kapstok hing vol met kledingstukken, dat je zo iets niet mist ging er door mij heen, ik snap het niet. Maar ja, na zo’n dagje alcohol heb je het niet koud meer als je naar huis gaat. Sabine had hem gelukkig snel gevonden. Ik pakte hem aan, ging nog even snel naar het toilet en hing het vest daarom maar eerst even over de kapstok. Piet stond bij de deuringang van de kantine, toen ik wegging. „Nou tot over twee maanden dan maar weer“, zeiden we tegen elkaar en ik ging op weg naar de auto. Sh*t, toen ik richting fietsenstalling liep schoot het mij te binnen…… het vest hangt nog over de kapstok. Ik liep snel terug, pakte het vest, liep beschamend weer weg en hoorde Piet achter mij: „Je was toch niet dat vest vergeten hè, bijdehand…..“.
Zoals gezegd, de meisjes gingen fietsen en ik met de auto. Ik zou de wastas mee terug nemen en had geen zin om buiten de bidons en ballen die tas ook nog mee te zeulen op een fiets. Buiten dat, een hoop waren blij dat ik reed, kon ik meteen hun voetbaltas meenemen. Eenmaal bij De Meer hadden we afgesproken dat we op het veld de opstelling zouden doornemen. De kleedkamers zijn niet al te ruim en het was veel te mooi weer om binnen te zitten. Ik had me al geposteerd in de schaduw en zag op enig moment de meisjes naar buiten komen. Sjaan voorop, ze keek bedenkelijk naar het veld, kunstgras met volop zon, dat was een mooie bakoven. Via de meiden van de tegenpartij, die zich al aan het warmlopen waren, kwam ze naar mij toe. „Nou ze vinden het goed“, merkte Sjaan op. „Wat vinden ze goed?“, vroeg ik verbaasd. „Nou dat we twee keer een half uur gaan spelen op dit hete veld“. „Dacht het niet, dit is onze laatste wedstrijd, we gaan voor de volle tijd, hierna moeten we weer een hele tijd wachten“, reageerde ik en Sjaan knipoogde terug. De wedstrijd was koud begonnen of de scheidsrechter stopte om de bal nog eens te checken. Die was niet goed en vroeg om een andere. Ook de andere keurde hij af en vroeg om weer een andere. De scheids had er niet veel zin in leek het, er lagen wel vijf ballen om hem heen maar geen één die goed opgepompt was volgens hem. Uiteindelijk heeft hij er toch maar voor ééntje gekozen, onze intrapbal. De ballen werden naar de kant geschopt, onze kant toevallig. Arie, die inmiddels was komen supporteren, was wel een beetje nieuwsgierig, pakte zo’n bal en begon te voelen. „Er is niks mis met deze bal hoor scheids“, hoorde ik hem roepen. Ik had wel een beetje medelijden met de meisjes, ach zij liepen in de brandende zon op een warm veld te ploeteren, en wij stonden in de schaduw met een verkoelend windje. Sterker nog, Arie voelde zich geroepen om als gastheer te spelen en ging zo af en toe een heerlijk koud biertje halen. Arlette had een enorme pleister op haar hoofd. De vorige week kwam ze in botsing met haar bol tegen een meid van de vijand en hield er een flinke scheur aan over. Hoe die andere er van af kwam laat ik maar beter in het midden. Om die scheur een beetje af te dekken vond ze een hele grote pleister wel wat, temeer omdat ze dan ook medelijden wekte bij de anderen. Haar voetballen deed het niet goed in ieder geval, de ballen die ze schopte gingen veelal een hele andere kant op dan de bedoeling was, totdat ik vertwijfeld riep: „Ruk die pleister nou toch een van je hoofd, dan zie je tenminste weer eens wat…..“
We sloten het seizoen, waardig af. Zelfs de laatste drie wedstrijden gewonnen, als we die andere 27 wedstrijden niet hadden verloren hadden we op de kar gemogen.
Memorabel moment. Na afloop van de wedstrijd gingen we richting kantine. Ik liep door om wat te drinken te halen om de overwinning te vieren. Ze hadden natuurlijk weer allemaal verschillende drankjes besteld…. Dus ik liep nog een keer naar de kantine om dat te halen wat ik was vergeten en ik liep nog een keer naar de kantine om het laatste vergeten drankje te halen die ik bij de tweede keer ook weer was vergeten. Neemt niet weg we hebben uiteindelijk met zijn allen geproost, niet zozeer omdat we hadden gewonnen, gewoon omdat we een heel leuk seizoen met elkaar hebben beleefd en dat telde het meest vond iedereen.
Kleine Carly had ondertussen een splinter opgelopen, die eruit moest. Ik ging naar binnen: „Hebben jullie een pincet?“ „Een pitcher, ja hoor hoeveel wil je…..“
Gerd

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.